Turkmenen stammen af van de Turkse Oghuz-stammen die in de achtste eeuw naar Centraal-Azie trokken. Een aantal van hen is verder getrokken naar Azerbeidzjan en Anatolie, waardoor de Turkmenen in etnisch en taalkundig opzicht dichtbij de Turken staan. De Turkmenen kennen vijf stammen, elk verdeeld in kleinere groepen: de Tekke, Ersari, Sariki, Salori en JomuL Deze opdeling naar afstamming van de Turkmeense maatschappij verklaart het ontbreken van een historisch nationaal bewustzijn en mogelijk ook het ontbreken van een nationalistische oppositiebeweging van betekenis.
Laag ontwikkelde medische voorzieningen en een overvloed aan pesticiden in het drinkwater zijn ervoor verantwoordelijk dat het land de hoogste kindersterfte van de voormalige Sovjet-Unie heeft: 55 per duizend (Rusland: twintig per duizend). Turkmenen hebben eveneens de laagste levensverwachting. Bijna driekwart van de bevolking is Turkmeen.
De Russische minderheid van 334 000 mensen woont zoals overal in Centraal-Azie in de steden, de Uzbeekse minderheid is geconcentreerd rond de stad Dashowuz (Tasauz) in het uiterste noorden van het land. Buiten Turkmenistan wonen Turkmenen in Iran, Afghanistan en Uzbekistan.