Het grootste deel van Turkmenistan bestaat uit de Karakum-woestijn (Zwarte Woestijn, met steeds veranderende zandduinen) en ligt beneden de 200 m. Alleen het Kopet Dag-gebergte langs de grens met Iran en het Karabil-plateau langs de grens met Afghanistan zijn hoger dan 500 m. Bij Kizil-Kaya in het westen is een breuklijn zichtbaar in de vorm van een tientallen kilometers lange canyon. Het gebied langs de Kaspische Zee bevindt zich onder zeeniveau. De rivieren de Murgab en de Hari Rud/ TedZen, afkomstig uit Afghanistan, lopen dood in de woestijn. Slechts 2 procent van de oppervlakte van het land wordt bewoond.